Op 12 november 2014 kondigde het Openbaar Ministerie aan dat een transactie was getroffen met de Schiedamse bouwer van boorplatformen, SBM Offshore. De transactie bestaat uit een betaling door SBM Offshore aan het Openbaar Ministerie van in totaal US $ 240.000.000. Dit bedrag bestaat uit USD 40.000.000 boete en USD 200.000.000 ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze transactie heeft betrekking op door het Openbaar Ministerie en de FIOD geconstateerde ongeoorloofde betalingen aan handelsagenten en buitenlandse overheidsfunctionarissen in Equatoriaal Guinea, Angola en Brazilië in de periode van 2007 t/m 2011. 
 

Aanleiding onderzoek

SBM Offshore informeerde het Openbaar Ministerie in het voorjaar van 2012 uit eigen beweging over het door haar geïnitieerde interne onderzoek naar mogelijk ongepaste betalingen aan handelsagenten ter zake van dienstverlening. 

Het interne onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode van 2012 t/m begin 2014 en strekte zich uit over de periode van 2007 tot en met 2011. De reikwijdte van het interne onderzoek is mede in overleg met het Openbaar Ministerie en de FIOD bepaald.

Daarnaast heeft de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie eigen onderzoek gedaan.
 

Betrokken landen in het onderzoek

SBM Offshore betaalde van 2007 t/m 2011 ca. USD 200 miljoen aan commissies aan handelsagenten ter zake van dienstverlening. Het grootste deel van die commissies, in totaal USD 180,6 miljoen, heeft betrekking op Equatoriaal Guinea, Angola en Brazilië.

Het onderzoek van het Openbaar Ministerie en de FIOD heeft zich toegespitst op deze drie landen. Het Openbaar Ministerie heeft onderzoek naar deze drie landen voldoende representatief geacht voor het geheel, gelet op het aandeel dat deze drie landen hadden in de bedrijfsvoering van SBM Offshore.

Equatoriaal Guinea

Begin 2012 vernam SBM Offshore dat één van haar toenmalige handelsagenten mogelijk bepaalde goederen had overhandigd aan diverse overheidsfunctionarissen in Equatoriaal Guinea. Het zou daarbij zijn gegaan om één of meer auto’s en een gebouw. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie en de FIOD betaalde SBM Offshore's toenmalige handelsagent aan hem betaalde commissies voor een aanzienlijk deel door aan derden, die op hun beurt delen daarvan weer zouden hebben (door)betaald aan één of meer overheidsfunctionarissen in Equatoriaal Guinea. Daarnaast zijn er andere betalingen, zoals opleidings- en ziektekosten. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie en de FIOD geschiedden dergelijke (door)betalingen met medeweten van toenmalige medewerkers van SBM Offshore waaronder een toenmalig lid van de Raad van Bestuur. In de periode van 2007 tot en met 2011 betaalde SBM Offshore de bewuste handelsagent in totaal USD 18,8 miljoen met betrekking tot Equatoriaal Guinea.

Angola

In de periode van 2007 tot en met 2011 maakte SBM Offshore tevens gebruik van verschillende handelsagenten in Angola. Deze handelsagenten ontvingen commissies ter zake van dienstverlening in verband met bepaalde projecten in Angola. Naar het oordeel van het Openbaar Ministerie en de FIOD hebben personen die gerelateerd zijn aan ten minste één van deze handelsagenten en die zelf Angolese overheidsfunctionarissen waren of daarmee geassocieerd kunnen worden, gelden ontvangen. Tevens zijn er andere betalingen zoals reis- en studiekosten aan één of meer Angolese overheidsfunctionarissen dan wel hun familieleden. Ook ten aanzien van Angola vonden betalingen naar het oordeel van het Openbaar Ministerie en de FIOD plaats met medeweten van toenmalige medewerkers van SBM Offshore. In de periode van 2007 tot en met 2011 heeft SBM Offshore haar handelsagenten USD 22,7 miljoen aan commissies betaald met betrekking tot Angola.

Brazilië

Ten aanzien van Brazilië zijn tijdens het in opdracht van SBM Offshore uitgevoerde interne onderzoek enkele "red flags" aangetroffen met betrekking tot de belangrijkste handelsagent. Deze red flags betroffen onder meer:

  • de hoogte (in absolute termen) van de commissies die zijn betaald aan de handelsagent en zijn bedrijven;
  • een splitsing in de betaling van commissies aan de handelsagent tussen zijn Braziliaanse en offshore entiteiten; en
  • documenten die aangaven dat de handelsagent over vertrouwelijke informatie van een Braziliaanse opdrachtgever beschikte.

Het interne onderzoek van SBM Offshore leverde geen concreet bewijs op waaruit zou blijken dat betalingen zijn verricht aan één of meer overheidsfunctionarissen in Brazilië. In de periode van 2007 tot en met 2011 heeft SBM Offshore haar handelsagenten USD 139,1 miljoen aan commissies betaald met betrekking tot Brazilië.

In het onderzoek van de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie is op grond van een rechtshulpverzoek geconstateerd dat vanuit de offshore vennootschappen van de Braziliaanse handelsagent betalingen zijn verricht aan Braziliaanse overheidsfunctionarissen. Deze bevindingen zijn het resultaat van onderzoeksmethoden die niet ter beschikkingstaan aan SBM Offshore.
 

Intern onderzoek

In het kader van het interne onderzoek door SBM Offshore zijn harde schijven en overige elektronische data en documentatie onderzocht, alsmede interviews gehouden met huidig en voormalig personeel van SBM Offshore, waaronder leden van de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen, medewerkers van de Legal, Sales en Marketing, Accounting en Finance afdelingen en relevante project teams.

Het interne onderzoek door SBM Offshore is uitgevoerd door gespecialiseerde advocatenkantoren en forensische accountants, die zijn geassisteerd door een intern team bij SBM Offshore. Dit team stond vanaf diens benoeming onder leiding van Sietze Hepkema, SBM Offshore's Chief Governance and Compliance Officer, en was samengesteld uit leden van SBM Offshore's Legal, Compliance, Finance/Internal Controls en Internal Audit afdelingen.

SBM Offshore gaf het Openbaar Ministerie en de FIOD steeds openheid van zaken. Het Openbaar Ministerie en de FIOD zijn in besprekingen door SBM Offshore op de hoogte gehouden van de voortgang van het interne onderzoek. De voorlopige bevindingen van het interne onderzoek zijn aan het Openbaar Ministerie en de FIOD gerapporteerd. Het interne onderzoek is begin 2014 afgerond, waarna SBM Offshore aangifte heeft gedaan bij het Openbaar Ministerie.

Daarnaast heeft de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie eigen onderzoek gedaan. Er is administratie inbeslag genomen, er zijn getuigen en betrokkenen gehoord en er is rechtshulp verzocht aan betrokken landen. SBM Offshore heeft medewerking verleend aan dit onderzoek dat door de FIOD onder leiding van het Openbaar Ministerie mede naar aanleiding van de bevindingen van het interne onderzoek van SBM Offshore is verricht.
 

Verder onderzoek

Uit het strafrechtelijk onderzoek is voorts gebleken dat enkele natuurlijke personen betrokken zijn geweest bij de naar het oordeel van het Openbaar Ministerie gepleegde strafbare feiten. Het Openbaar Ministerie heeft in een zaak als deze jurisdictie op het moment dat er strafbare handelingen in Nederland hebben plaatsgevonden, of wanneer het om Nederlanders gaat die in het buitenland strafbare handelingen plegen. Daar is bij de huidige stand van onderzoek niet van gebleken. Het Openbaar Ministerie zal alle medewerking verlenen aan landen die wel jurisdictie hebben om de betrokken natuurlijke personen te vervolgen.

Het Openbaar Ministerie en SBM Offshore zijn ervan overtuigd dat met de maatregelen die door de nieuwe Raad van Bestuur zijn genomen en het belang dat door de leiding van de onderneming aan transparantie wordt gehecht, mogelijke misstanden, zoals die hierboven zijn geschetst, zich in de toekomst niet zullen voordoen.

Het Openbaar Ministerie heeft mede om bovenstaande redenen aanleiding gezien SBM Offshore deze transactie aan te bieden en acht dit een passende afdoening van de zaak.

Bij een eventueel doorlopend onderzoek door het Openbaar Ministerie tegen derden zal SBM Offshore haar volledige medewerking blijven verlenen.
 

Taylor

Na de bekendmaking van de schikking deed klokkenluider Taylor in februari 2015, onder meer bij Nieuwsuur, een boekje open over omkoping door SBM Offshore. Taylor beweerde dat het geen incidenten waren, maar dat corruptie wijdverbreid was binnen de organisatie. SBM Offshore zou de afgelopen jaren feiten over de aard en omvang van de corruptie binnen het bedrijf bewust achtergehouden. Naar aanleiding hiervan is SBM Offshore een civiele zaak tegen Taylor gestart.
 

Vervolging door Brazilië

Het Braziliaanse Openbaar Ministerie maakte in december 2015 bekend dat het een aantal natuurlijke personen zou gaan vervolgen in de omkoopzaak. 

Het gaat in ieder geval om twee voormalige topmannen van SBM Offshore, Tony Mace en Didier Keller.

Begin april 2016 werd de schikking tussen het Braziliaanse Openbaar Ministerie en SBM met betrekking tot beschuldigingen aan het adres van de huidige topman Bruno Chabas en commissaris Sietze Hepkema wegens het verdoezelen van de feiten definitief. Deze schikking bedroeg naar verluid ruim 100.000 euro. 
 

Heropening zaak door VS

Begin 2016 werd bekend dat de Amerikaanse DoJ het onderzoek naar buitenlandse omkoping van SBM Offshore heeft heropend, nadat ze eerder afzagen van vervolging. SBM bevestigt op haar website dat de Amerikaanse autoriteiten inderdaad een verzoek tot informatie hebben gedaan, maar volgens het bedrijf zal dit zeker niet tot een vervolging leiden. 
 

Unaoil

Tot nu toe spitsten de onderzoeken zich toe op de activiteiten van SBM in Angola, Equatoriaal Guinee en vooral Brazilië. Maar ook in de zogenaamde Unaoil-papers duikt de naam van SBM op. 

Journalisten van onder andere The Huffington Post en het Australische mediabedrijf Fairfax, waaronder de krant The Age, deden maandenlang onderzoek naar tienduizenden gelekte emails en andere documenten. Het in Monaco gevestigde maar op de Britse Maagdeneilanden geregistreerde Unaoil blijkt de spil te zijn van een enorm corruptienetwerk. De onderzoeksjournalisten noemen het bedrijf ook wel ‘the Bribe Factory‘. Het bedrijf wordt geleid door de Iraanse familie Ahsani. Oprichter is vader Ata, zijn zonen Cyrus en Saman hebben de dagelijkse leiding. Wat blijkt: bij het bedrijf was het staande praktijk om via smeergeld opdrachten binnen te halen voor grote multinationale oliebedrijven. Ze werkten als agent voor grote bedrijven over de hele wereld als Halliburton, Honeywell, KBR en FMC Technologies. Maar ook met de Koreaanse bedrijven Samsung and Hyundai, het Britse Rolls Royce; and het Duitse Man.

Naar aanleiding van de publicaties vond er begin april een inval plaats in het hoofdkantoor van Unaoil in Monaco, waarna ook huizen van de directie werden doorzocht. De leiding van het bedrijf ontkent tot nu toe elke betrokkenheid bij corrupte praktijken.

De Nederlandse multinational SBM Offshore, die decennialang in Monaco was gevestigd maar inmiddels weer in Nederland zetelt, werkte in Irak nauw samen met Unaoil bij de totstandkoming van het Iraq Crude Oil Expansion Project. De grootste olievelden in het zuiden van het land zouden daarmee via honderden kilometers lange pijplijnen worden verbonden met offshore terminals waar grote olietankers konden aanmeren.

SBM Offshore zou in 2010 hebben geprofiteerd van steekpenningen die een tussenpersoon aan Iraakse officials zou hebben betaald. Het is niet duidelijk of bedrijven die met Unaoil in zee gingen altijd volledig op de hoogte waren van de praktijken van Unaoil. SBM Offshore heeft laten weten dat Unaoil in het verleden adviesdiensten heeft geleverd aan SBM Offshore in Irak en dat het bedrijf een ‘compliance review heeft uitgevoerd bij Unaoil waarbij geen onregelmatigheden zijn geconstateerd’.

De Australische en Britse politie, het Amerikaanse ministerie van Justitie en de FBI werken inmiddels samen om het Unaoil-schandaal verder uit te zoeken.

 

Gerelateerde berichten