‘Naar Nigeriaanse standaarden was dit een prima oliedeal’

Zaal 7, waar de grootste corruptiezaak in de Nederlandse bedrijfsgeschiedenis wordt uitgevochten, barst uit zijn voegen. Het is warm en rumoerig en de beschikbare stoelen zijn ’s ochtends vroeg al vergeven aan zeker 25 Italiaanse advocaten, hun schare aan assistenten en de aanklagers. De overige toehoorders – Shell-vertegenwoordigers, activisten, belangstellenden – staan en zitten noodgedwongen achterin, of hokken in twee betraliede cellen aan weerszijden van de rechtszaal waar normaliter gedetineerde verdachten hun vonnis afwachten.

Het kolossale Palazzo di Giustizia in Milaan, een toonbeeld van fascistische architectuur, is een passend decor voor de megazaak waarin Shell en het Italiaanse oliebedrijf Eni al maanden zijn verwikkeld. De hal, de gangen, de trappenhuizen, de vele rechtszalen: alles is er groot en ondoorgrondelijk.

Datzelfde geldt voor de corruptiezaak. Voor het veronderstelde smeergeldbedrag – honderden miljoenen euro’s. Voor het onontgonnen olieveld buiten de Nigeriaanse kust waar het allemaal om draait – OPL245, dat goed zou zijn voor, naar schatting, in totaal meer dan 9 miljard vaten olie. En voor de statuur van de betrokken Italiaanse juristen – één van de advocaten in de zaak is een voormalige Italiaanse minister van Justitie, terwijl aanklager Fabio de Pasquale faam maakte als de officier van justitie die ex-premier Silvio Berlusconi veroordeeld kreeg vanwege belastingontduiking.

Lees verder:


Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF