Geheimen achter een cordon bedrijfsadvocaten, kan dat?

Shell wordt verweten dat zij het onderzoek door het Openbaar Ministerie naar het bevorderen van corrupte praktijken in Nigeria zou frustreren. Het bedrijf claimt, zo rapporteerde NRC onlangs, dat veel van de documenten die drie jaar geleden bij een inval in verband met de corruptiezaak in beslag zijn genomen onder het beroepsgeheim vallen van de ‘interne juristen.’ Het Openbaar Ministerie mag er daarom geen kennis van nemen. Het zou om cruciale informatie gaan. “Zonder dit bewijsmateriaal kan de hele zaak tegen het Shell-management in Nederland averij oplopen”, aldus het bericht.

Het OM opende daarmee het debat over de reikwijdte van het verschoningsrecht. Advocaten moeten alles wat cliënten aan hen toevertrouwen – mondeling of schriftelijk - geheimhouden en moeten zich ‘verschonen’ als om informatie over klanten en zaken wordt gevraagd. De vertrouwelijkheid van de communicatie met een advocaat impliceert dat die informatie buiten het opsporingsonderzoek moet blijven, ook als het gaat om documenten die bij de verdachte in beslag zijn genomen. Alleen voor stukken die onderwerp zijn geweest van het strafbare feit, een valse akte bijvoorbeeld, gelden de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht niet.

Advocaten moeten alles geheim houden wat hun cliënt ze vertelt. Maar bij advocaat/bedrijfsjuristen wringt dat. Hoogleraar advocatuur Diana de Wolff, in de Togacolumn, over de casus Shell.

Lees verder:


Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF