Antwoord kamervragen over een dreigende schikking tussen het Nederlandse openbaar ministerie en Shell vanwege haar handelen in Nigeria

Op 5 februari jl. heeft minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) antwoord gegeven op kamervragen van het lid Van Nispen over een dreigende schikking tussen het Nederlandse openbaar ministerie en Shell vanwege haar handelen in Nigeria:

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht dat een viertal organisaties die eerder aangifte deden tegen Shells optreden in Nigeria vreest dat het openbaar ministerie (OM) toewerkt naar een schikking met Shell in plaats van dat Shell voor de rechter moet komen? 1)

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u het eens met de algemene oproep van Global Witness, Corner House, HEDA Resource Centre en Re:Common, dat een schikking alleen acceptabel is als de betrokkenen schuld erkennen en dat bij bewijs van persoonlijke betrokkenheid managers veroordeeld moeten worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Een transactie is een betaling van een geldbedrag ter voorkoming van strafvervolging. Het afdoen van een strafzaak door middel van een transactie is een wettelijke bevoegdheid van het OM. Uit de wettelijke systematiek vloeit voort dat het accepteren van een transactie geen erkenning van schuld in strafrechtelijk zin inhoudt. Voor het OM is het evenwel een voorwaarde om tot een hoge transactie over te gaan dat een verdachte in woord en daad verantwoordelijkheid neemt voor de gepleegde strafbare feiten. Dat een verdachte rechtspersoon verantwoordelijkheid neemt moet onder meer blijken uit de maatregelen die hij neemt om de compliance te bevorderen en om herhaling te voorkomen. Het OM maakt hier met de betreffende rechtspersoon afspraken over. Het past mij niet om te zeggen dat bij bewijs van persoonlijke betrokkenheid managers veroordeeld moeten worden. Indien het OM besluit om over te gaan tot vervolging, is het aan de rechter om te bepalen of die persoon moet worden veroordeeld.

Vraag 3

Kunt u bevestigen dat de grootte van het concern Shell en het feit dat het bedrijf het predikaat koninklijk draagt, niet mee zal spelen in de beslissing van het OM al dan niet te schikken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

De enkele omvang van een bedrijf of het feit dat een bedrijf het predicaat koninklijk draagt speelt geen rol bij de beslissing of het OM overgaat tot een hoge transactie. Andere factoren zijn hiervoor leidend. Hiervoor verwijs ik kortheidshalve naar de Aanwijzing hoge transacties en bijzondere transacties.

Vraag 4

Kunt u een update geven over de uitwerking van de aangenomen motieVan Nispen/Van Oosten over strafrechtelijk onderzoek naar feitelijke leidinggevenden bij hoge en bijzondere transacties (Kamerstuk 35 000- VI, nr. 52)? Zo nee, wanneer kan de Kamer de uitwerking van deze aangenomen motie dan wel tegemoet zien?

Antwoord 4

Indien het OM onderzoek doet naar mogelijke strafbare feiten gepleegd door een rechtspersoon, onderzoekt het OM ook altijd de rol van betrokken natuurlijke personen, zoals bestuurders of medewerkers van een verdachte rechtspersoon, en het strafrechtelijk verwijt dat hen mogelijk kan worden gemaakt. Dit uitgangspunt is ook verwoord in de Aanwijzing hoge transacties en bijzondere transacties. Dit is in lijn met de motie van de leden Van Nispen en Van Oosten die werd voorgesteld tijdens de begrotingsbehandeling. In de beleidsreactie op het Rapport “Evaluatie Wet OM-afdoening” is aangekondigd dat de Aanwijzing hoge en bijzondere transacties door het OM in lijn wordt gebracht met de staande praktijk op het gebied van transparantie. Het OM heeft aangegeven dat het uitgangspunt dat het wenselijk is dat opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden zo mogelijk ook worden vervolgd, ook in de aangepaste Aanwijzing een plek zal krijgen. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF