Gevangenisstraffen voor twee voormalige bestuurders van verzekeraar HDI

Rechtbank Rotterdam 19 april 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:3048 en ECLI:NL:RBROT:2018:3142

De rechtbank in Rotterdam heeft vandaag twee voormalige bestuurders van verzekeraar HDI veroordeeld tot een gevangenisstraf van respectievelijk twee jaar en zes maanden en drie jaar en zes maanden voor oplichting, valsheid in geschrift, verduistering in dienstbetrekking en witwassen.
 

Gebeurtenissen

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte, voormalig lid en voorzitter van de Raad van Bestuur, de bedrijfsadministratie heeft vervalst om zichzelf en een collega-bestuurder illegale bonussen voor een bedrag van in totaal 385.000 dollar toe te kennen. Daarnaast heeft de verdachte een gelieerd verzekeringsbedrijf voor 405.000 dollar opgelicht. Ook dat bedrag eigenden hij en zijn collega-bestuurder zichzelf toe. De verdachte werkte eveneens mee aan een ABC-constructie met een Arubaanse villa waardoor HDI werd benadeeld. Ten slotte heeft hij een bedrag van ruim 3 miljoen euro uit het vermogen van HDI verduisterd door dit, zonder het bedingen van een onderpand, uit te lenen aan een bevriende relatie. Met dit bedrag is een villa op Mallorca gekocht.

De andere voormalige bestuurder heeft zijn werkgever opgelicht door onder valse voorwendsels de Arubaanse verzekeringsportefeuille voor een symbolisch bedrag over te dragen aan een rechtspersoon waarin zijn vader (voormalige bestuurder van HDI) en hijzelf een meerderheidsbelang hadden. Verder heeft hij steekpenningen voor ruim 570.000 euro aangenomen van leveranciers. De verdachte maakte daarvoor valse facturen op. Doordat de leveranciers de steekpenningen aan HDI doorberekenden, heeft hij zijn werkgever ook in dit opzicht opgelicht. Ten slotte heeft hij het geld witgewassen.
 

Straffen

De gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden komt overeen met de eis van de Officieren van Justitie. Daarbij is rekening gehouden met de schending van de redelijke termijn.
Tegen de collega-bestuurder was eveneens een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden geëist. Die eis doet naar het oordeel van de rechtbank echter geen recht aan de flagrante wijze waarop verdachte zich jarenlang ten koste van zijn werkgever heeft verrijkt. Daarom heeft de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar en zes maanden opgelegd. Die straf is inclusief een korting van zes maanden in verband met de schending van de redelijke termijn.
 

Lees hier de volledige uitspraken: 

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF