DOJ geeft nieuwe richtlijnen voor compliance monitors in FCPA-zaken (Benczkowski Memorandum)

Op 12 oktober 2018 heeft Brian Benczkowski, Assistant Attorney General for the Criminal Division of the United States Department of Justice (DOJ), het Benczkowski Memorandum aangekondigd. Dit memorandum heeft betrekking op de “Selection of Monitors in Criminal Division Matters”.

Dit Benczkowski Memorandum vormt een aanvulling op een eerder memorandum uit 2008, het Morford Memorandum betreffende de “Selection and Use of Monitors in Deferred Prosecution Agreements and Non-Prosecution Agreements with Corporations”. Het Benczkowski Memorandum vervangt eerdere richtlijnen uit het Breuer Memorandum uit 2009 van Assistant Attorney General Lanny A. Breuer.

In zijn toespraak merkte Benczkowski op dat de afgelopen vijf jaar bij ongeveer één op de drie afhandelingen met bedrijven een monitor betrokken was. Het Benczkowski-memorandum zet niet alleen het proces voor het selecteren van een monitor uiteen, maar benadrukt ook de noodzaak om de kosten en baten van het opleggen van een monitorship te balanceren alsmede het beperken van de reikwijdte van monitoren. Dit om onnodige belasting van een bedrijf te voorkomen.

Tijdens zijn toespraak kondigde Benczkowski ook een nieuwe aanpak aan voor het cultiveren van compliance-expertise binnen de DOJ.

Kiezen voor de aanstelling van een monitor: in overeenstemming met eerdere richtlijnen, roept het Memorandum van Benczkowski uitdrukkelijk op om een kostenbatenanalyse uit te voeren bij het bepalen of een monitor moet worden aangesteld. DOJ zou de potentiële voordelen van een monitor voor zowel het bedrijf als het publiek moeten evalueren, terwijl het op de hoogte is van de kosten van de monitor en de invloed van de monitor op de verrichtingen van het bedrijf. Volgens het Memorandum van Benczkowski moeten monitors "nooit worden aangesteld voor straffende doeleinden." In plaats daarvan moeten monitors alleen worden aangesteld "als dat nodig is om de naleving van de voorwaarden te waarborgen en toekomstig wangedrag te voorkomen."

Beperkt bereik: hoewel monitoren traditioneel gezien een brede beoordeling van de naleving van complice programma's voor hun rekening nemen, stelt het Memorandum van Benczkowski voor om de omvang van de beoordeling van de monitor aan de hand van de feiten van de zaak aan te passen. Wederom wijzend op de potentiële hoge kosten van een monitorship, vereist het Memorandum dat DOJ "overweegt ... of de voorgestelde reikwijdte van de rol van een monitor op de juiste manier is toegesneden om onnodige lasten voor de bedrijfsactiviteiten te voorkomen."

Verhoogde transparantie van monitorselectie: het Memorandum beschrijft het proces voor het selecteren van een monitor. De counsel van het bedrijf zal drie gekwalificeerde monitor-kandidaten voorleggen aan DOJ. In tegenstelling tot het Breuer-memorandum, staat het Memorandum van Benczkowski het bedrijf toe om haar voorkeur voor een van deze drie opties uit te spreken. Het is onduidelijk hoeveel gewicht DOJ zal toekennen aan de voorkeur van het bedrijf.

Het Memorandum van Benczkowski beschrijft het goedkeuringsproces van een potentiële monitor, te beginnen met de juristen van de Criminal Division die de zaak behandelen alsmede de Section supervisors, die elke kandidaat zullen interviewen om zijn / haar kwalificaties en referenties te beoordelen. De Criminal Division dient vervolgens een aanbevelingsmemorandum in ter beoordeling van de Standing Committee on the Selection of Monitors, bestaande uit de Deputy Assistant Attorney General for the Fraud Section, de Chief of the Fraud Section, en de Deputy Designated Agency Ethics Official (Standing Committee). De aanbeveling moet vervolgens worden goedgekeurd door de Assistant Attorney General en vervolgens door de Office of the Deputy Attorney General.

In het Memorandum van Benczkowski wordt opgemerkt dat het selectieproces het vertrouwen van het publiek in het proces van monitor selectie moet vergroten. “We want to ensure that businesses and the public are confident in the selection process, avoiding any suggestion that monitors are chosen for inappropriate reasons, including personal relationships or past employment in the Department.”

Hoewel de bezorgdheid over het vertrouwen van het publiek niet nieuw is, is de nadruk die hij hierop legt opmerkelijk aangezien de publieke controle op het benoemingsproces van de monitor is geïntensiveerd. In 2008 werd het Memorandum van Morford geïmplementeerd na kritiek op de DOJ en beschuldigingen van vriendjespolitiek na bepaalde (lucratieve) benoemingen van bedrijfsmonitoren. In één geval gaf de US District Court for the District of Columbia de DOJ opdracht om de namen van monitor kandidaten van 15 bedrijven bekend te maken, evenals informatie met betrekking tot de DOJ-commissie die belast was met het evalueren van de kandidaten en het selecteren van monitors.

Voor meer informatie:

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF