Veroordeling voormalig gemeenteraadslid Delft voor schending ambtsgeheim blijft in stand

Hoge Raad 17 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:36

De verdachte is op 2 juni 2015 door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 500 wegens schending van zijn ambtsgeheim door als lid van de Commissie Spoorzone, Verkeer en Ruimte vertrouwelijke/geheime informatie over de aanbesteding/het ontwerp van de Sebastiaansbrug te Delft door middel van een persbericht aan derden te verstrekken.

Het gaat in deze zaak om de verdenking dat de verdachte, raadslid van de gemeente Delft, als lid van de Commissie Spoorzone, Verkeer en Ruimte heeft deelgenomen aan vergaderingen van deze commissie, die als onderwerp hadden de aanbesteding/het ontwerp van een brug in Delft. Aan het einde van de eerste, besloten, vergadering stemden – met uitzondering van de verdachte – alle aanwezige leden ermee in de beslotenheid te handhaven. Kort na de tweede vergadering heeft de verdachte informatie uit die vergadering door middel van een, ook aan de commissie verzonden, persbericht naar buiten gebracht. Dat heeft geleid tot een aangifte tegen en een strafvervolging van de verdachte.

Tegen de uitspraak van het gerechtshof Den Haag heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld. Daarbij zijn drie middelen aangevoerd:

  1. Het eerste middel keert zich tegen ’s hofs verwerping van het verweer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging.
     
  2. Het tweede middel behelst de klacht dat “de aanname van het gerechtshof omtrent de wijze van stemming binnen de raadscommissie” zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is.
     
  3. Het derde middel klaagt over een vermeende innerlijke tegenstrijdigheid in het arrest van het hof en doelt daarbij op de volgende overweging:
    “De verdediging heeft voorts aangevoerd dat de gemeenteraad op 14 februari 2014 de informatie zelf naar buiten heeft gebracht, en die informatie mitsdien niet onder de geheimhouding zou vallen. Wat daar van zij, dit laat onverlet dat die informatie op het moment dat verdachte deze naar buiten bracht wel geheim was.”
     
  4. Het vierde middel klaagt over ’s hofs verwerping van het verweer voor zover daarin een beroep op noodtoestand wordt gedaan.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep onder verwijzing naar artikel 81 RO en dus zonder motivering.

Lees hier de volledige uitspraak.
 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF