Uitspraak in Waterfrontzaak

De rechtbank heeft de oud-eigenaar van een aannemersbedrijf in privé veroordeeld om ruim 7.5 miljoen euro terug te betalen aan de gemeente Rotterdam. Het aannemersbedrijf verrichtte werkzaamheden in het bedrijf van de zoon, dat huurder was van de Waterfront-panden.

De vader voerde tegen de vordering van de gemeente aan dat de werkzaamheden geheel en volledig in opdracht van de gemeente zijn verricht. De rechtbank is hier aan voorbijgegaan gelet op de door de gemeente overgelegde expertiserapporten.

Uit die rapporten bleek een enorme discrepantie tussen de factuurbedragen en de waarde van het uitgevoerde werk. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het niet anders kan dan dat de vader met opzet facturen stuurde voor onuitgevoerde werkzaamheden.

Hoewel de gemeente heeft erkend dat de vader gefaciliteerd is door (in ieder geval) één ambtenaar heeft de rechtbank het beroep op eigen schuld verworpen. De schuld van de Gemeente Rotterdam bestaat volgens de rechtbank uit falend toezicht en controle en is daarmee van een geheel andere orde dan het opzettelijk versturen door de vader van facturen voor onuitgevoerde werkzaamheden.

De uitspraak tegen de zoon is op verzoek van alle partijen aangehouden.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Gerelateerde berichten

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF