Plasterk: geen aanleiding om corrupte politici passief kiesrecht af te nemen

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken ziet ‘geen aanleiding’ om corrupte politici het passief kiesrecht af te pakken. Dat blijkt uit zijn antwoorden op Kamervragen van SP-Kamerlid Ronald van Raak.

Plasterk werd onder meer gevraagd hoe hij 'het verklaart dat politieke ambtsdragers bij een veroordeling voor fraude of corruptie hoogst zelden het passief kiesrecht wordt ontnomen'?

Daarop antwoordde Plasterk dat politieke ambtsdragers die voor passieve ambtelijke omkoping zijn veroordeeld niet uit het kiesrecht kunnen worden ontzet.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot herziening van de corruptiewetgeving is in de Tweede Kamer gediscussieerd over of ontzetting van het kiesrecht als bijkomende straf moet kunnen worden opgelegd aan politieke ambtsdragers die zich schuldig hebben gemaakt aan passieve ambtelijke omkoping – zoals in het oorspronkelijke wetsvoorstel werd voorgesteld - of dat in plaats daarvan de hoedanigheid van politiek ambtsdrager moet worden aangemerkt als strafverzwarende omstandigheid. 

Deze discussie leidde tot aanvaarding van een amendement waarmee het voorstel om ontzetting als bijkomende straf mogelijk te maken kwam te vervallen en de hoedanigheid van politiek ambtsdrager als strafverzwarende omstandigheid werd toegevoegd aan de artikelen 362, derde lid, en 363, derde lid, Sr.

Daarnaast wijst Plasterk nog op de bijkomende straf van ontzetting van het recht om (bepaalde) ambten te bekleden (artikel 29 Sr). Deze bijkomende straf kan ook worden opgelegd aan politieke ambtsdragers, zoals wethouders, bij veroordeling voor een ambtsmisdrijf, een misdrijf waardoor de schuldige een bijzondere ambtsplicht schond of waarbij hij gebruik maakte van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken.

Tegen deze achtergrond ziet Plasterk geen aanleiding voorstellen te doen tot wijziging van de wetgeving.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF