Voorzitter Europese Commissie stelt voor om de gedragscode voor commissarissen aan te scherpen

Zoals aangekondigd in zijn State of the Union van 2016 heeft voorzitter Jean-Claude Juncker op 23 november 2016 een brief gestuurd naar de voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz om het Parlement te raadplegen over twee belangrijke punten: een voorstel om het Kaderakkoord van 2010 over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie te actualiseren zodat leden van de Commissie zich kandidaat kunnen stellen voor de verkiezingen voor het Europees Parlement zonder verlof te moeten nemen, en het voornemen van de Commissie om de Gedragscode voor de leden van de Commissie aan te scherpen door de afkoelingsperiode die thans 18 maanden bedraagt, te verlengen tot twee jaar voor voormalige leden van de Commissie en tot drie jaar voor de voorzitter van de Commissie.

Voorzitter Juncker: 

"De Commissie is een politieke instelling die rechtstreeks verantwoording moet afleggen aan het Europees Parlement en die om de vijf jaar wordt vernieuwd in het licht van de resultaten van de parlementsverkiezingen. Ook nu al zijn veel van onze commissarissen kandidaat geweest voor de verkiezingen voor het Europees Parlement of voorheen premier of minister geweest. Ik wil dat de leden van de Commissie zich voortaan, net als in alle lidstaten nu al het geval is, kandidaat kunnen stellen voor de Europese verkiezingen zonder dat zij hun taken moeten neerleggen, zoals thans door de Kaderovereenkomst is voorgeschreven. De verkiezingen voor het Europees Parlement zijn een noodzakelijk rendez-vous met de democratie en moeten dat ook zijn, en dat geldt ook voor de Commissie. Tegelijkertijd ben ik, in het licht van de recente ervaringen met leden van de vorige Commissie, van mening dat onze Gedragscode moeten worden aangescherpt zodat in geval van eventuele belangenconflicten aan de hoogste mogelijke ethische normen moet worden voldaan. Met name wil ik dat in de toekomst de afkoelingsperiode voor voormalige voorzitters wordt verlengd tot drie jaar. Strengere regels alleen zijn natuurlijk niet voldoende om in alle gevallen voor ethisch aanvaardbaar gedrag te zorgen. Maar zij vormen een onmisbaar uitgangspunt."

Veranderingen in het Kaderakkoord

In zijn brief aan de voorzitter van het Europees Parlement geeft voorzitter Juncker een vervolg aan zijn aankondiging in de State of the Union van 14 september 2016 en aan het oriënterend debat binnen het college van commissarissen over deze aangelegenheid van 22 november. Voorzitter Juncker stelt voor om tot afschaffing over te gaan van de regel die de leden van de Commissie ertoe verplicht hun taken neer te leggen wanneer zij zich kandidaat willen stellen voor de verkiezingen voor het Europees Parlement. Deze regel is thans neergelegd in punt 4 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie. Er zullen passende waarborgen komen om te voorkomen dat personeel of middelen van de Commissie voor campagnedoeleinden worden ingezet.

Dit voorstel strookt met de huidige praktijk in de lidstaten waarbij het regeringsleden is toegestaan om zich kandidaat te stellen voor de Europese of nationale verkiezingen zonder hun uitvoerende taken te moeten neerleggen.

Wijzigingen in de Gedragscode voor de leden van de Commissie

Het tweede voorstel van voorzitter Juncker betreft de "afkoelingsperiode" tijdens welke voormalige commissarissen de Commissie op de hoogte moeten stellen van hun voornemen om na hun vertrek activiteiten te ontplooien. De voorzitter is van plan deze periode die thans 18 maanden bedraagt, te verlengen tot twee jaar voor leden van de Commissie en tot drie jaar voor de voorzitter van de Commissie. In overeenstemming met het Kaderakkoord verzoekt hij nu om het advies van het Europees Parlement over dit voorstel.

Achtergrond en volgende stappen

Het Kaderakkoord van 20 november 2010 bepaalt dat leden van de Commissie die actief aan een verkiezingscampagne deelnemen de Commissie moeten verlaten en voor de periode van de campagne door een ander lid van de Commissie moeten worden vervangen [1]. Deze verplichting is opgenomen in de Gedragscode voor de leden van de Commissie van 20 april 2011 [2].

De voorzitter heeft vandaag het voorstel tot wijziging van het Kaderakkoord, en van met name punt 4, leden 5 en 6, daarvan, naar de voorzitter van het Europees Parlement gestuurd. Zodra overeenstemming is bereikt, zal de Commissie de Gedragscode voor de leden van de Commissie dienovereenkomstig kunnen aanpassen.

Met betrekking tot de "afkoelingsperiode" bepaalt punt 8 van het Kaderakkoord dat de Commissie het advies van het Europees Parlement moet inwinnen wanneer zij een herziening voorstelt van de Gedragscode voor de leden van de Commissie met betrekking tot belangenconflicten of ethisch verantwoord gedrag.

Bron: Europa Nu

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF