Voormalig directeur Rendo veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf wegens passieve ambtelijke omkoping

Rechtbank Noord-Nederland 10 november 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4959

De Noordelijke Fraudekamer heeft de voormalig directeur van het Drentse energiebedrijf Rendo veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden voor het feit dat hij zich als ambtenaar heeft laten omkopen. 

De rechtbank acht bewezen dat hij een beloning van 1 miljoen euro heeft gevraagd en ontvangen voor het verlenen van zijn medewerking aan de onderhandelingen in 2006 met Electrabel over de overname van het leveringsbedrijf van Rendo. 

De rechtbank heeft echter ook overwogen dat er geen bewijs is voor het verwijt dat hij het onderhandelingsproces negatief heeft beïnvloed door prijsinformatie aan Electrabel te verstrekken of door een concurrerend bod van een andere energiemaatschappij buiten de deur te houden. Mede om die reden komt de rechtbank tot een lagere strafoplegging dan door de officier van justitie was geëist.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat verdachte niet is aan te merken als ambtenaar, er geen koppeling bestaat tussen de betaling van de facturen van [naam organisatie/ verdachte] en de verkoop van de aandelen van Rendo Energielevering, er geen sprake is van handelen of nalaten in strijd met de plicht van verdachte en er geen bewijs bestaat voor de in de tenlastelegging opgenomen feitelijke verwijten.

Oordeel rechtbank 

Feiten

Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was verdachte algemeen directeur van energiebedrijf N.V. Rendo Holding (Rendo). Onder deze holding sorteerden Rendo Beheer B.V., N.V. Rendo en Rendo Energielevering B.V. In Rendo Energielevering B.V. was de commerciële energiedistributie (levering van energie) ondergebracht.

Daarnaast had verdachte een eigen onderneming, naam organisatie/ verdachte, van welke onderneming verdachte 99% van de aandelen in bezit had.

Medeverdachte was ten tijde van de ten laste gelegde feiten Chief Executive Officer (CEO) van –kortgezegd– Electrabel Nederland (Electrabel). Electrabel had zich ten doel gesteld haar aanwezigheid in de klein zakelijke en consumentenmarkt (retail) voor elektriciteit en gas aanzienlijk uit te breiden (exclusief netwerk) en was in dat kader op zoek naar de overname van een reeds in Nederland actieve energieleverancier. Bij deze zoektocht is Rendo in beeld gekomen. medeverdachte heeft, blijkens een aantekening in zijn persoonlijk aantekenboekje, op 14 februari 2006 een gesprek met verdachte3 gevoerd over een mogelijke overname van de energieleveringstak van Rendo door Electrabel, waarin hij namens Electrabel een indicatief bod op dit deel van Rendo aan verdachte heeft voorgelegd.

Medeverdachte heeft over deze ontmoeting in zijn aantekenboekje opgeschreven:

“- € 305/aansluiting = € 61,5 mio totaal (uitgaande van ca. 202.000 aansluitingen).
- verdachte zeer positief. Schat bedrag € 61,5 mio als zeer goed haalbaar bij aandeelhouders. Medewerkers en directeuren overnemen; helpt zeker om deal rond te maken. Management verdachte zal sterk positief adviseren + proces begeleiden vanwege aandeelhouders.
- prijs absoluut hetzelfde houden; dus niet aanpassen aan aantal aansluitingen. Blijft interessant voor aandeelhouders. Vraagt fee voor medewerking. Komt neer op ca. € 1 mio; schriftelijke bevestiging.”

Nog dezelfde dag heeft medeverdachte middels een e-mail zijn leidinggevende een terugkoppeling van (de inhoud van) voormeld gesprek gegeven4. In deze e-mail heeft medeverdachte onder meer verwoord dat verdachte zeer positief gereageerd heeft op het overnamevoorstel van Electrabel en zich bereid verklaard heeft mee te werken aan het welslagen van het bod. Voorts heeft medeverdachte in D-10 aangetekend:

“verdachte is zeer geïnteresseerd om zelf bij te dragen aan de overname. (...) Hij kan naar mijn oordeel van grote waarde zijn voor ons in het overnametraject en wellicht ook daarna in het integratietraject. Hij heeft een fee van € 1 mio voor zijn bemiddeling geclaimd. (…) Ik breng onder de aandacht dat als de stelling van verdachte juist is mbt het aantal (gestegen) aansluitingen en we in staat zouden zijn om de prijs op € 61,5 mio te houden, we de kosten van zijn inschakeling snel hebben terugverdiend”.

Uit het dossier, te weten een e-mailbericht van 16 februari 2006 gericht aan medeverdachte5, blijkt dat de inhoud van de bovenbedoelde e-mail intern bij Electrabel is besproken. Uit de e-mail van 16 februari 2006 blijkt dat de eerdergenoemde leidinggevende van medeverdachte, leidinggevende, een maximale premie van 500.000 euro voor ogen had. Vervolgens heeft medeverdachte op 17 februari 2006 een e-mail aan verdachte gestuurd6, die een uitwerking bevat van de voorwaarden waaronder Electrabel bereid zou zijn om een eventuele beloning aan verdachte uit te betalen. Kort samengevat komen deze voorwaarden erop neer dat een eventuele betaling transparant en kenbaar voor alle betrokkenen moet zijn en dat slechts betaald zal worden naar aanleiding van een concrete tegenprestatie, uit te voeren na de afronding van het biedingsproces. In dit e-mailbericht heeft medeverdachte verder (onder meer) het volgende opgenomen:

“Uitgangspunt is dat er ons veel aan gelegen is dat we een deal kunnen maken met de aandeelhouders van Rendo over de overname van Rendo Levering (…) We zijn er zeer in geïnteresseerd om u te kunnen inzetten in het traject dat we na de overname zullen moeten doorlopen. (…) Wij overwegen daarom om na de overname aan jou of aan een door jou aangewezen vennootschap voor een periode van – zeg – twee jaar een opdracht te geven voor de uitvoering van bovenbeschreven werkzaamheden en eventuele aanvullende activiteiten voor een bedrag van € 250.000 per jaar (…) We (zijn) aanvullend bereid een bonus van € 100.000 aan te bieden, die tot uitbetaling komt als blijkt dat aan de gestelde targets is voldaan (…) Het zou kunnen zijn dat we in bepaalde omstandigheden nog bijzonder advies van je behoeven (…) In dergelijke gevallen zijn we graag bereid nadere afspraken met jou of een door jou aangewezen vennootschap te maken.”

Blijkens het aantekenboekje van medeverdachte hebben hij en verdachte op 21 februari 2006 een volgend gesprek7. Omtrent dit gesprek heeft medeverdachte aangetekend:

“privé deal: na acquisitie; verdachte inhuren, eventueel via BV; afspraak: ± 1 mio te verdienen met management van retailactiviteiten; Niets op papier: gentleman’s agreement! naam organisatie/ verdachte !”

Ondertussen was het proces van onderhandelen over en bieden op de energieleveringstak van Rendo door Electrabel gestart, hetgeen uiteindelijk op 1 oktober 2006 resulteerde in de overname door Electrabel van de aandelen van dit onderdeel van Rendo.

In de op deze overname volgende periode van 13 november 2006 tot en met 15 juni 2007 zijn door Electrabel, ter attentie van medeverdachte, zeven facturen van naam organisatie/ verdachte8 ontvangen, waarna de bedragen vermeld op die facturen in de periode van 14 december 2006 tot en met 22 oktober 2007 door Electrabel zijn overgemaakt op de rekening van naam organisatie/ verdachte9. Bij elkaar opgeteld behelzen de facturen een bedrag van precies 1 miljoen euro ex BTW. Op de zeven facturen staat telkens vermeld: "Honorarium voor verrichte advieskosten: De specificatie zal u separaat worden toegezonden".

Tussenconclusie

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte en medeverdachte op 14 februari 2006 een eerste verkennend gesprek hebben gevoerd over de mogelijke overname door Electrabel van Rendo Energielevering. Reeds bij dit eerste gesprek, en in het kader van de bespreking van de mogelijke overname, heeft verdachte aan medeverdachte gevraagd om een fee van 1 miljoen euro ten behoeve van – zo blijkt uit de weergave in het aantekenboekje en uit de e-mail van 14 februari 2006 aan leidinggevende – zijn medewerking en bemiddeling bij het overnametraject. Namens Electrabel heeft medeverdachte positief op dit verzoek gereageerd; uit de aangehaalde stukken blijkt ook duidelijk dat de medewerking van verdachte door medeverdachte als zeer van belang voor een soepele en succesvolle overname werd beschouwd.

Van de zijde van Electrabel is aanvankelijk aangestuurd op een beloning die eerst zijn beslag zou krijgen na de overname, slechts betaald zou worden als er in de periode na de overname concrete feitelijke werkzaamheden door verdachte zouden zijn verricht, en die transparant en voor alle betrokkenen kenbaar zou zijn. In het gesprek tussen verdachte en medeverdachte op 21 februari 2006 is echter besloten om deze afspraak niet op schrift te stellen. Dit hield tevens in dat deze afspraak niet kenbaar zou worden gemaakt aan de respectievelijke leidinggevenden, waardoor van enige transparantie en goedkeuring van de afspraak geen sprake meer kon zijn. Op 21 februari 2006 hebben verdachte en medeverdachte tevens besloten de afspraak over de betaling van 1 miljoen euro te continueren ondanks de eerdere reactie van leidinggevende dat een premie/fee van 1 miljoen euro niet acceptabel werd geacht. Bovendien stond reeds op die datum kennelijk vast dat de beloning een bedrag van 1 miljoen euro zou inhouden, ongeacht de aard of omvang van de werkzaamheden die verdachte (al dan niet) nog in de toekomst zou verrichten.

Vast staat dat in de maanden na de overname op 1 oktober 2006 door Electrabel inderdaad een bedrag van 1 miljoen euro is uitgekeerd via de betaling van de zeven hiervoor aangehaalde facturen aan naam organisatie/ verdachte.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is de rechtbank niet gebleken dat door of vanwege naam organisatie/ verdachte enig advieswerk is verricht voor of ten behoeve van Electrabel en/of medeverdachte, laat staan de werkzaamheden die medeverdachte aan verdachte in zijn e-mailbericht van 17 februari 2006 heeft voorgesteld. De rechtbank acht het ook niet aannemelijk dat de facturen op de kosten voor dergelijke werkzaamheden zien, omdat de periode van werkzaamheden die in de e-mail wordt voorgesteld (twee jaar) langer is dan de periode van ruim 8 maanden waarbinnen de facturen ter betaling zijn ingediend. Bovendien correspondeert het totaalbedrag van de zeven facturen niet met het in de e-mail van 17 februari 2006 voorgestelde bedrag en de omschrijving van de werkzaamheden op de facturen (“advieskosten”) niet met de door medeverdachte voorgestelde retailwerkzaamheden.

In de administratie van Elektrabel is geen specificatie van deze facturen aangetroffen.

Uit een eerst op 17 maart 2010 door verdachte aan getuige 2 van Electrabel, overgelegde specificatie10 is op te maken dat de bedragen van de facturen zouden zien op de kosten van (de ontwikkeling van) een computerprogramma dan wel prestatieverbeteringen die het gevolg zouden zijn van een computermodel. Ter zitting heeft verdachte nader uitgelegd dat naam organisatie/ verdachte, in de persoon van getuige 1 een besparings(computer)programma heeft ontwikkeld dat geïntegreerd zou zijn in het door Electrabel reeds gebruikte computerprogramma en dat de facturen van naam organisatie/ verdachte zagen op de in dit kader gemaakte kosten.

Deze onderbouwing van de facturen acht de rechtbank niet geloofwaardig. Daartoe overweegt de rechtbank dat niemand binnen Electrabel heeft bevestigd dat naam organisatie/ verdachte voor Electrabel een dergelijk computer- of besparingsprogramma heeft ontwikkeld en dat het programma zelf, noch enige documentatie hieromtrent, is aangetroffen bij Electrabel en/of verdachte en/of naam organisatie/ verdachte. Bovendien heeft getuige 1, die als ontwikkelaar van het programma door verdachte naar voren wordt geschoven, ontkend voormeld computerprogramma te hebben gebouwd, waarbij hij heeft verklaard hiertoe ook niet in staat te zijn omdat hij daarvoor te weinig verstand van computers heeft.

Hieruit volgt tevens dat de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij via naam organisatie/ verdachte met behulp van getuige 1 een computerprogramma heeft geleverd ten bedrage van 1 miljoen euro niet geloofwaardig acht. De rechtbank wijst het voorwaardelijk verzoek van de officier van justitie tot het horen van getuige 1 als getuige derhalve af.

Voorts acht de rechtbank van belang dat ook medeverdachte heeft verklaard dat hij geen wetenschap heeft van voormeld computerprogramma en dat hij niet heeft bevestigd dat de facturen zagen op kosten verband houdende met dit programma.

Van enige andere legitieme prestatie die kan dienen ter onderbouwing van de facturen en de betaling van 1 miljoen euro aan naam organisatie/ verdachte is de rechtbank niet gebleken.

Uit het voorgaande volgt dat verdachte – via naam organisatie/ verdachte – een bedrag van 1 miljoen euro heeft ontvangen zonder enige aanwijsbare concrete tegenprestatie die is verricht na de overname van de aandelen van Rendo Energielevering door Electrabel. De conclusie is derhalve gerechtvaardigd dat deze betaling de weerslag is geweest van de afspraken die in februari 2006, derhalve voor de overname, tussen verdachte en medeverdachte zijn gemaakt over de bemiddelende en meewerkende rol die verdachte in het overnametraject zou spelen. De rechtbank komt hier in het navolgende, bij de bespreking van de tenlastegelegde feiten, nog nader op terug.

Ambtenaarschap

Naar het oordeel van de rechtbank kan verdachte in de tenlastegelegde periode worden aangemerkt als ambtenaar. Daartoe overweegt zij als volgt.

Het begrip ‘ambtenaar’ in de zin van het Wetboek van Strafrecht moet op grond van de geldende jurisprudentie aldus worden uitgelegd dat daaronder tevens is begrepen:

Degee die onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zijn werkzaamheden als algemeen directeur van Rendo onder toezicht en verantwoordelijkheid van de (gemeentelijke) overheid heeft verricht. Hierbij gaat de rechtbank uit van het volgende. In de statuten van Rendo11 is bepaald dat alleen gemeenten aandeelhouder van Rendo kunnen zijn. In de ten laste gelegde periode werden negen gemeenten vertegenwoordigd in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (hierna: AvA) van Rendo en bestond de Raad van Commissarissen (hierna: RvC) van Rendo tevens uit vertegenwoordigers van die gemeenten. Uit de statuten van Rendo blijkt dat de vennootschap wordt bestuurd door een directie die onder toezicht staat van de RvC, dat directieleden worden benoemd door de AvA en dat alleen de AvA een directielid kan ontslaan. Voorts blijkt uit deze statuten dat het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden van de directieleden worden geregeld bij schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen de vennootschap als werkgever, vertegenwoordigd door de RvC, en het directielid als werknemer en dat directiebesluiten zijn onderworpen aan goedkeuring door de AvA en/of de RvC.

De rechtbank is tevens van oordeel dat verdachte was aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd. Daarbij is het volgende van belang. Verdachte was in de ten laste gelegde periode algemeen directeur van Rendo. Dit Rendo-concern hield zich bezig met de distributie van gas en elektriciteit via een eigen netwerk. Tot de vrijmaking van de gas- en elektriciteitsmarkt in 2004 waren zowel de distributie als het netwerkbeheer publieke taken. Na het ontstaan van de vrije markt werd de distributie van gas en elektriciteit een commerciële taak. Rendo voerde deze commerciële taak uit naast de resterende publieke taak van netbeheer. Vervolgens is in 2006 het wetsvoorstel Wet Onafhankelijk Netbeheer (de zogenaamde Splitsingswet) ontstaan dat zag op het bewerkstelligen van een volledige splitsing van het netwerkbedrijf enerzijds en het productie- en/of leveringsbedrijf anderzijds. Teneinde uitvoering te geven aan de Splitsingswet heeft Rendo besloten haar commerciële leveringstak af te stoten aan een derde. Naar het oordeel van de rechtbank behelst deze uitvoering van de Splitsingswet bij uitstek en naar haar aard een publieke taak, welke taak door de aandeelhouders van Rendo werd opgedragen aan verdachte, als algemeen directeur van Rendo. Verdachte had, los van eventuele andere commerciële activiteiten, een duidelijke opdracht van de aandeelhoudende gemeenten, te weten het bewerkstelligen van het afstoten van de energieleveringstak van Rendo. Juist met het uitvoeren van deze publieke taak was verdachte belast toen hij op 14 februari 2006 met medeverdachte de mogelijke overname van het energieleveringsdeel van Rendo door Electrabel besprak.

Bewezenverklaring

  • Feit 1 primair: de voortgezette handeling van  als ambtenaar een belofte aannemen, wetende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen; en als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem wordt aangeboden ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening is gedaan; en als ambtenaar een gift vragen teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen;
  • Feit 2 primair: opdracht geven tot valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, door een rechtspersoon, terwijl hij daar opdracht tot heeft gegeven;
  • Feit 3: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
  • Feit 4 primair: medeplegen van valsheid in geschrift.

Strafoplegging

  • Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden


Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF