Verslag van seminar corruptiebestrijding in Nederland van Transparency International: Corruption Perceptions Index met namen van bedrijven?

Op 26 mei jl. vond de door Transparency International Nederland georganiseerde seminar ‘bestrijding van corruptie in Nederland - preventie, detectie, handhaving’ plaats. In het tropenmuseum te Amsterdam verzamelden zakenmensen, ambtenaren, leden van TI en overige geïnteresseerden zich om van verscheidene experts de laatste ontwikkelingen op het gebied van corruptiebestrijding te horen.

De middag bestond uit vijf maal een korte toelichting op een bepaald aspect van corruptiebestrijding en de knelpunten die er in de praktijk bestaan, waarbij de volgorde van sprekers werd bepaald door de logische stappen – preventie, detectie, handhaving – achtereenvolgens te doorlopen. Vervolgens was er ruimte voor discussie met het publiek aan de hand van een aantal stellingen.

De eerste spreker Paul Koster, directeur VEB, gaf aan dat hoewel een aantal stappen in de juiste richting gemaakt zijn, het onderwerp corruptie in de zakenwereld nog steeds erg gevoelig ligt. Hij benadrukte dat er winst behaald kan worden indien voldoende rekening wordt gehouden met de verschillende (bedrijfs)culturen in verschillende landen. In de ene cultuur gelden immers hele andere normen dan in de volgende, waardoor vanwege een definitiekwestie ruis kan ontstaan in de communicatie.

Ook Jaap van Manen, commissaris DNB, bedrukte deze cultuurverschillen en stipte het onderwerp van zelfregulering aan. Op papier is er aardig wat regelgeving over het onderwerp en werken steeds meer ondernemingen met een corporate goverance code, maar in de praktijk wordt er nog aardig vaak “weggekeken”. De huidige regelgeving kan dan ook niet bestaan zonder adequate handhaving, waardoor oneerlijke concurrentie kan worden tegengegaan. Van Manen sprak wel goede hoop uit over de verbetering nu er veel discussie over het onderwerp gaande is. Tegelijkertijd stelde hij de kritische vraag als de VS geen ontwikkeld voetballand is, waarom nemen zij dan de lead in het FIFA-schandaal? Europa heeft in zijn optiek nog een hoop in te halen.

Angelique Keijsers, partner bij Ernst & Young, sprak vanuit haar hoedanigheid over de ‘detectie’ zijde. Zij ziet toenemende aandacht voor de detectie van corruptie die gepaard gaat met een groot aantal (interne) onderzoeken. Detectie is echter niet eenvoudig en er is daarom meer samenwerking vereist. Door bruggen te slaan met onder meer FIU, AFM en bijvoorbeeld accountants spreekt zij de hoop uit eerder signalen van corruptie te kunnen herkennen en op die manier omkopingsgevallen - door in te zoomen op de cijfers - sneller te kunnen detecteren. Hoewel moeilijke vragen steeds vaker gesteld mogen worden, blijft er discussie over welke marges verdacht zouden kunnen zijn en wanneer een goede onderbouwing vereist is.

Directeur van de FIOD, Hans van der Vlist, noemde de relatie die Nederland met corruptiebestrijding heeft een ‘pril huwelijk’. Bij de FIOD worden er verschillende strategieën ontwikkelt om de impact van hun inspanningen om corruptie te detecteren zo groot mogelijk te laten zijn. Hierbij wordt van een mix van mogelijkheden gebruikt gemaakt, te beginnen met samenwerking. Het idee is om een kenniscentrum op te bouwen waar verschillende specialismen samenkomen. Daarnaast dient de nadruk te liggen op data-analyse, technologische ontwikkelingen bieden immers een scala aan mogelijkheden op dit gebied. Ook noemde Van Der Vlist de toenemende en belangrijke rol van melders en een efficiëntere manier van internationale samenwerking zodat via datamatching een meer integrale aanpak mogelijk wordt gemaakt.

Marianne Bloos, de hoofdofficier van het Functioneel Parket, nam de kant van de handhaving op zich. Wanneer ondernemingen horen dat er corruptie binnen hun organisatie heeft plaatsgevonden reageren de hoge heren vaak vol ongeloof en wordt gesproken van een paar ‘rotte appels’. Inmiddels zijn door het OM een zaken buitengerechtelijke afgedaan. Dit maatregel werkt snel en komt aan bij de ondernemingen, aldus Bloos. Wat in die zaken meespeelde was dat de bedrijven volledige medewerking hebben verleend. Ten aanzien van deze transacties is goed contact onderhouden met de Verenigde Staten, waarbij parallel aan de onderzoeken gewerkt werd. Het strafrecht moet naast een ultimum remedium volgens Bloos dienen als optimum remedium, waarbij adequate handhaving ook een preventief karakter kan hebben.

Na de bijdragen van de experts was er ruimte voor discussie met het publiek. Elke spreker heeft twee stellingen aangedragen, waarvan er steeds één gekozen wordt om op te reageren. De stellingen waar het meeste aandacht aan werd besteed zijn:

‘De strijd tegen corruptie wordt aanzienlijk bemoeilijkt door steeds snellere technologische ontwikkelingen’

In dat verband werd onder meer opgemerkt dat technologie juist ook ingezet kan worden om corruptie te ontdekken. Hier zou dan ook juist meer in geïnvesteerd moeten worden. Wel is hierbij de privacy een punt van aandacht.

‘Er is behoefte aan een Corruption Perceptions Index met namen van bedrijven’

Transparency International publiceert jaarlijks de Corruption Perceptions Index. Een idee zou kunnen zijn dit ook voor bedrijven in het leven te roepen. Dit idee stuitte vanuit het publiek op enige weerstand. Nu het om perceptie gaat, kan er een ongelijk speelveld ontstaan wanneer grote bedrijven beter weten hoe ze met deze kwestie om kunnen gaan. Daarnaast zou deze lijst wel erg afhankelijk zijn van handhaving.

‘Het detecteren van corruptie zal pas echt vorm gaan krijgen als melders een percentage van de opgelegde boete als beloning ontvangen’

De klokkenluiderspositie brengt discussie teweeg. Waar de een wel wat zag in een beloning voor de melder (naar Amerikaans voorbeeld), werd ook verdedigt dat juist bescherming voor een melder van belang is en dat daar de prioriteit zou moeten liggen. Ook werd opgemerkt dat het beeld van de klokkenluider nogal eens wordt geromantiseerd. In veel gevallen is deze persoon geen willekeurige ‘held’, maar is hij zelf bij de corruptie betrokken geweest. De mogelijkheid om dat mee te wegen zou dan ook moeten blijven bestaan. Bloos vergeleek de situatie met een moord waarbij meerdere personen betrokken zijn geweest; indien de persoon die het moordwapen levert er vervolgens toch geen fijn gevoel bij heeft en naar de politie stapt, kan deze niet zomaar volledig van straf worden uitgesloten.

Arjen Tillema, oud-voorzitter van Transparency International Nederland, sloot het inhoudelijke deel van de middag af met een korte reflectie. Na de seminar volgde een (netwerk)borrel. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF