Veroordeling oud-burgemeester Offermanns blijft in stand

Hoge Raad 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1330

De Hoge Raad heeft vandaag de veroordeling van oud-burgemeester Ricardo Offermanns in stand gelaten. Offermanns werd op 12 maart 2015 door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur wegens medeplichtigheid aan de schending van de geheimhoudingsverplichting in de benoemingsprocedure van een nieuwe burgemeester van Roermond. Hij had als kandidaat-burgemeester van de toenmalige wethouder en adviseur van de vertrouwenscommissie Van Rey in strijd met diens geheimhoudingsplicht relevante informatie over de procedure bewust aangenomen. Ook heeft hij Van Rey gelegenheid geboden om vertrouwelijke informatie met hem te delen.

Schending

De Hoge Raad heeft beslist dat het in de loop van een sollicitatieprocedure van een burgemeestersbenoeming verstrekken van informatie over hetgeen in een sollicitatieprocedure met de vertrouwenscommissie zal worden besproken een schending van de geheimhoudingsplicht oplevert.

Het Hof heeft geoordeeld dat de geheimhoudingsplicht als bedoeld in art. 61c, tweede lid, Gemeentewet ziet op de gehele procedure van de vertrouwenscommissie, "vanaf het moment van instellen van de vertrouwenscommissie door de Raad tot het moment van het uitbrengen van verslag van haar bevindingen door de vertrouwenscommissie aan de Raad en aan (destijds) de Commissaris van de Koningin". Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste uitleg van genoemde wetsbepaling en in het bijzonder niet van de daarin voorkomende term "beraadslagingen".

Het Hof heeft geoordeeld dat ook het verschaffen door de in art. 5 van de Verordening vertrouwenscommissie van de gemeente Roermond genoemde personen, onder wie de adviseur van de vertrouwenscommissie, van informatie over de vragen die gesteld zouden worden tijdens het sollicitatiegesprek met de vertrouwenscommissie, valt onder de in art. 61c Gemeentewet bedoelde geheimhoudingsplicht. 

Volgens de Hoge Raad geven deze oordelen van het hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Achtergrond

Door het eervolle ontslag van de toenmalige burgemeester van Roermond op 1 februari 2012 raakt het ambt van burgemeester in deze gemeente vacant. Overeenkomstig het bepaalde in art. 61, derde lid, Gemeentewet wordt in het verband van de benoemingsprocedure een vertrouwenscommissie ingesteld, belast met de beoordeling van de kandidaten. Aan de vertrouwenscommissie wordt de toenmalige wethouder (Van Rey) als adviseur toegevoegd. Offermans is één van de kandidaten. Hij wordt met een meerderheid van stemmen door de gemeenteraad gekozen als beoogd burgemeester van Roermond en bij besluit van 27 september 2012 aanbevolen bij de minister van Binnenlandse Zaken. 

Volgens de verdenking van het Openbaar Ministerie zou Van Rey uit hoofde van zijn functie als adviseur lopende de sollicitatieprocedure in contact hebben gestaan met de Offermans en in strijd met zijn geheimhoudingsplicht aan de Offermans relevante informatie hebben verstrekt over vragen en casusposities die de Offermans  in het sollicitatiegesprek zouden worden voorgehouden en de gewenste antwoorden daarop en hoe hij daarbij de mooiste indruk zou maken. Naar het oordeel van het hof wist Offermans dat Van Rey deze vertrouwelijke informatie niet met hem mocht delen en heeft de Offermans Van Rey de gelegenheid geboden diens geheimhoudingsplicht te schenden. Derhalve acht het hof de Offermans schuldig aan medeplichtigheid aan het opzettelijk schenden van enig wettelijk voorschrift op grond waarvan Van Rey toen verplicht was het desbetreffende geheim te bewaren.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF