Veroordeling accountant in SNSPF-zaak voor passieve omkoping

Rechtbank Midden-Nederland 20 mei 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3897 (gepubliceerd op 14 juli 2016)

De SNSPF-zaak draait om medewerkers van SNSPF die onderling betalingsafspraken hebben gemaakt, waarbij een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers. Daarbij werden valse facturen opgemaakt.

De accountant wordt wel veroordeeld voor passieve omkoping, het opmaken en voorhanden hebben van valse facturen en het witwassen van 798,75 euro. De accountant wordt wel veroordeeld voor passieve omkoping, het opmaken en voorhanden hebben van valse facturen en het witwassen van 798,75 euro.

De accountant liet zich door SNSPF inhuren voor 225 euro per uur en zich omkopen door een andere medewerker van SNSPF. De opbrengsten van deze omkoping heeft hij gedeeld met SNS-interim-manager Buck G. die hij een provisie van 75 euro betaalde. Die 75 euro werd weer verrekend met de tweemaal 7,50 euro die de accountant in zijn zak mocht steken als provisie voor het aanbrengen van twee medewerkers bij SNSPF.

Deze onderling gemaakte afspraken werden door hen verzwegen tegenover SNSPF. Om te voorkomen dat de afspraken aan het licht zouden komen, zijn valse facturen opgemaakt, waarmee de werkelijke aard van de betalingen werd verhuld. Ook werd een ontvangen geldbedrag door de accountant witgewassen door deze in de administratie als legale inkomsten in te boeken.

De provisie die de accountant betaalde heeft hij niet witgewassen, omdat het bedrag namelijk een legale herkomst heeft. De in totaal 45.900,16 euro die de accountant aan provisie ontving, heeft hij wel witgewassen. Omdat het OM alleen het witwassen van 798,75 euro ten laste had gelegd, kon de rechtbank de accountant alleen voor dat bedrag veroordelen. In een rechtsstaat kun je immers niet worden veroordeeld voor iets waarvan je niet wordt beschuldigd.
 

Criminele organisatie

Omdat hij marktconforme uurtarieven declareerde, heeft de accountant de bank niet benadeeld en niet opgelicht. Door echter te zwijgen over de afspraken hield hij wel mede de criminele organisatie van de hoofdverdachte in stand. Bovendien heeft de accountant de integriteit van de bank ernstig geschaad.

De rechtbank rekent hem de valsheid in geschrift en het witwassen ook zwaar aan vanwege "zijn professie als registeraccountant". Bovendien heeft de accountant "een substantiële rol gespeeld in de criminele organisatie die zich bezig hield met de omkoping, valsheid in geschrift en (gewoonte)witwassen".
 

Bewezenverklaring

  • Feit 3: Medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dit geschift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;
     
  • Feit 4: Het, anders dan als ambtenaar, optredend als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen hij bij de uitvoering van zijn last heeft gedaan, aannemen van een gift of belofte en dit aannemen in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover zijn lastgever, meermalen gepleegd;
     
  • Feit 5: Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
     
  • Feit 6: Medeplegen van witwassen;
     
  • Feit 7: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
     

Straf

Vanwege het beroepsverbod en de negatieve publiciteit acht de rechtbank een taakstraf van 160 uur passend en geboden.
 

Tuchtrecht

Vorig jaar berispte de Accountantskamer de accountant al vanwege het werken met “multi-interpretabele” facturen, waarmee hij bijverdiensten verdoezelde. In 2014 bekrachtigde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de plaatsing van de accountant op de zwarte lijst van het bankwezen. Wel bracht het hof de duur van dit feitelijke beroepsverbod terug tot drie jaar.  

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF