Opleggen disciplinaire straf van ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. Verwerping klokkenluider-argument.

Rechtbank Noord-Nederland 30 juni 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3077

Op 30 juni 2016 heeft de rechtbank Noord-Nederland bepaald dat de Politieacademie een beleidsadviseur de disciplinaire straf van ontslag wegens ernstig plichtsverzuim mocht opleggen. De Politieacademie heeft de beleidsadviseur mogen ontslaan, omdat zij ten onrechte niet had gemeld dat zij, in strijd met de regels, voor een recherchebureau werkzaam was en omdat zij eerst had ontkend betrokken te zijn bij dit bureau.

Werkzaamheden recherchebureau

De beleidsadviseur was, naast haar baan bij de Politieacademie, werkzaam in het recherchebureau van haar partner. Dit had zij niet aan de Politieacademie gemeld. Bovendien was het hebben van deze bijbaan in strijd met de regels. In april 2014 stelde een journalist de Politieacademie vragen over dat recherchebureau en over een onderzoek dat het recherchebureau deed bij de provincie Drenthe. 

Toen de Politieacademie de beleidsadviseur daarnaar vroeg, ontkende zij dat zij betrokken was bij het recherchebureau. Ook ontkende zij enige bemoeienis met een concreet onderzoek. Uiteindelijk bleek dat de beleidsadviseur toch zakelijk betrokken was bij het recherchebureau, zonder dat zij dit had gemeld. Ook bleek zij betrokken te zijn bij de uitvoering van een concreet fraudeonderzoek. De Politieacademie heeft in dit alles reden gezien om de beleidsadviseur ernstig plichtsverzuim te verwijten. Na een intern onderzoek is het ontslag gevolgd.

Oordeel rechtbank

De rechtbank verwerpt in de eerste plaats het argument van de beleidsadviseur dat haar problemen met de Politieacademie zijn begonnen toen zij als klokkenluider misstanden binnen de organisatie aan de kaak stelde. Voor dat argument is namelijk in het dossier geen enkel aanknopingspunt te vinden.

Verder vindt de rechtbank dat de beleidsadviseur, toen zij daarnaar door de Politieacademie werd gevraagd, meteen openheid van zaken had moeten geven over haar betrokkenheid bij het recherchebureau en bij een fraudeonderzoek, in plaats van deze betrokkenheid eerst te ontkennen. Bovendien mocht zij als executief politieambtenaar geen werkzaamheden voor een recherchebureau verrichten.
 
In 2012 heeft de beleidsadviseur van de Politieacademie toestemming gekregen om nevenwerkzaamheden te verrichten. Deze toestemming had echter betrekking op het geven van opleidingen en niet op het werken voor een recherchebureau. De beleidsadviseur had, gelet op haar jarenlange dienstverband, opleiding en het niveau van haar functie, moeten weten dat zij een wijziging van nevenwerkzaamheden moest melden. Aan een politieambtenaar mogen en moeten hoge integriteitseisen worden gesteld. Ten slotte volgt de rechtbank niet de stelling van de beleidsadviseur dat een andere medewerker wél soortgelijke werkzaamheden mag doen. De rechtbank verwerpt dit beroep op het gelijkheidsbeginsel, al was het maar omdat die andere medewerker deze werkzaamheden wel heeft gemeld.

Gelet op het ernstige plichtsverzuim concludeert de rechtbank dat de disciplinaire straf van oneervol ontslag niet onevenredig is.

Lees hier de volledige uitspraak. 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF