OESO: internationaal uiteenlopende regelgeving en lage boetes maken dat omkoping loont

Internationaal uiteenlopende regelgeving en lage boetes maken dat omkoping loont - ookal worden bedrijven uiteindelijk gepakt, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

De OESO wijst erop dat hoewel het doel van het Anti-Corruptieverdrag juist is om regelgeving meer in lijn met elkaar te brengen, de straffen die worden gehanteerd door de 41 staten die het verdrag hebben ondertekend erg uiteen loopt. Sommige landen hanteren een maximale boete $580.000 terwijl in andere landen een boete van $10 miljoen kan worden opgelegd. Er zijn zelfs acht landen die totaal geen maximumboete hanteren.

Uit onderzoek van de OESO onder 23 landen blijkt dat de opgelegde boetes niet hoog genoeg zijn wanneer ze worden afgezet tegen het gewin dat omkoping behaald wordt. 

"Sometimes sanctions are so light that even if people have a 100 percent chance of getting caught they would still choose to pay the fine and get the benefit of the act of bribery", aldus OESO secretaris-generaal Angel Gurria.

Echter, enkel hogere boetes is niet voldoende om omkoping aan te pakken aangezien regelgeving niet overal adequaat wordt gehandhaafd. Zo zouden de drie landen, met in theorie de hoogste boetes, deze tot op heden nog niet hebben opgelegd aan bedrijven wegens omkoping. Überhaupt hebben in totaal 24 landen tot op heden nog geen natuurlijke personen dan wel rechtspersonen gesanctioneerd sinds de inwerkingtreding van het verdrag in 1999.    

Daartegenover staan landen als Duitsland en de Verenigde Staten die volgens Gurria de meest actieve handhavers zijn, zowel wanneer het gaat om het sanctioneren van individuen als om bedrijven.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF