NGO’s verzoeken OESO om standaarden voor schikkingen in corruptiezaken

Op 16 maart jl. heeft onder leiding van de OESO een ministeriële bijeenkomst plaatsgevonden in Paris die in teken stond van de versterking van de implementatie van het Anti-corruptieverdrag. Eén van de onderwerpen die tijdens deze bijeenkomst centraal stond, zijn schikkingen met bedrijven in corruptie-zaken. In dat verband is besproken hoe zelfmelden kan worden bevorderd en de rol van schikkingen hierbij.

Van de 126 bedrijven die tussen 1999 en 2004 wereldwijd te maken hebben gehad met een verdenking van corruptie is 69% geschikt. De VS is hierbij koploper met het schikken van 70 van de 84 zaken die daar liepen tussen 2004 en 2012. Steeds meer landen treden in de voetsporen van de VS. Ook Nederland. Denk maar aan de schikkingen tussen het OM en Ballast NedamSMBRabank(Libor-affaire) en het meest recente voorbeeld, Vimpelcom.

Hoewel veel bedrijven de voorkeur geven aan het aangaan van een schikking boven de zaak voorleggen aan een strafrechter, is er in de media en de literatuur de nodige kritiek geuit op deze wijze van afdoening van strafzaken. Zo zou sprake zijn van klassenjustitie, is geen sprake van openbare waarheidsvinding en staat het het maken van jurisprudentie in de weg. Volgens Corstens is een schikking bij „stevige strafbare feiten” niet de juiste keuze. „Als staatsburger wil ik weten wat er aan de hand is geweest. Het is in het algemeen belang dat wij als burgers kunnen beoordelen en kunnen controleren wat justitie doet.” En dat, zegt hij, kan alleen als de zaak wordt voorgelegd aan een „onpartijdige, onafhankelijke rechter”.

In verband met de ministeriële bijeenkomst die plaatsvond in Parijs, hebben een aantal NGO’s, waaronder Corruption Watch, Global Witness, Transparency International en UNCAC Coalition, de OESO op 10 maart aangeschreven. Zij verzoeken de OESO standaarden te ontwikkelen die gebruikt kunnen worden bij het sluiten van schikkingen. Doel van deze standaarden is te bewerkstelligen dat dergelijke schikkingen een afschrikkende werking hebben dan wel houden.

In de brief worden 14 standaarden genoemd waar schikkingen aan zouden moeten voldoen, waaronder:

  1. Schikkingen moeten een tool zijn die deel uitmaakt van een bredere handhavingsstrategie, waarbij ook vervolging een belangrijke rol inneemt.
  2. Autoriteiten moeten enkel een schikking aangaan wanneer het bedrijf de misstand zelf heeft gemeld en vervolgens volledige medewerking heeft verleend.
  3. Een vorm van gerechtelijk toezicht moet worden verplicht, waar in ieder geval een toetsing van het bewijs deel van uitmaakt.
  4. De vervolging van natuurlijke personen moet tot de standaard praktijk behoren.
  5. Schikkingen zouden enkel aangegaan moeten worden indien het bedrijf in kwestie bereid is schuld te bekennen. Schikkingen, inclusief de inhoudelijke details, moeten worden behandeld tijdens een openbare hoorzitting en moeten bovendien voor het publiek toegankelijk zijn.
  6. Compensatie voor slachtoffers moet onderdeel uitmaken van de schikking.

Deze standaarden zijn gebaseerd op best practices.

Lees hier de volledige brief.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF