Geldboete voor 36-jarige ex-politieman, die in 2015 een paar keer vertrouwelijke informatie doorgaf aan zijn neef.

Rechtbank Midden-Nederland 11 oktober 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5404

Een 36-jarige ex-politieman, die in de periode van 9 december 2014 tot en met 8 februari 2015  een paar keer vertrouwelijke informatie doorgaf aan zijn neef, moet een geldboete van €1.500,- betalen, zo oordeelt de rechtbank Midden-Nederland. De man liet zijn neef onder andere weten dat er een politiecontrole plaatsvond en dat hij gesignaleerd stond bij de politie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte bekent dat hij de tenlastegelegde informatie met zijn neef heeft besproken, maar ontkent dat hij hiermee strafrechtelijk heeft gehandeld.

Ten aanzien van de eerste twee gedachtestreepjes merkt de raadsvrouw op dat verdachte ontkent dat hij hier een geheim heeft geschonden dat hij uit hoofde van zijn ambt diende te bewaren; verdachte had deze informatie immers verzonnen. Dit betrof dus geen informatie die hem uit hoofde van zijn ambt bekend was geworden en hij verplicht was te bewaren. Subsidiair is de raadsvrouw van mening dat er op geen enkele wijze, ook niet in voorwaardelijke zin, opzet op het schenden van het geheim aanwezig is geweest bij verdachte.

Ten aanzien van het vijfde gedachtestreepje stelt de raadsvrouw dat dit wel geheime informatie was en dat verdachte wist dat hij deze informatie niet aan zijn neef mocht mededelen.

Ten aanzien van het zesde gedachtestreepje stelt de raadsvrouw dat verdachte deze door hem gegeven informatie mocht mededelen en dat hij hiermee geen geheim heeft prijsgegeven. Verdachte heeft naar eer en geweten gehandeld. Enige opzet op het schenden van het geheim is op geen enkele wijze aanwezig geweest, aldus de raadsvrouw.

Beoordeling rechtbank

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit omdat het hier geen informatie betrof die verdachte uit hoofde van zijn ambt bekend was geworden en die hij verplicht was te bewaren, maar een door verdachte verzonnen verhaal.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die avond dienst had en dat hij had verzonnen dat er een controle zou plaatsvinden omdat hij zijn neef die avond op afstand wilde houden. Volgens verdachte verzon hij wel vaker iets dergelijks dat hij dan tegen zijn neef zei om zijn neef op afstand te houden en te voorkomen dat die tijdens zijn dienst zou worden aangehouden.

De rechtbank acht dit scenario onaannemelijk. Die bewuste avond heeft namelijk ook daadwerkelijk een politiecontrole plaatsgevonden. Verder zijn er geen andere berichten van verdachte gevonden met als inhoud (gesteld) verzonnen controles. Enige ondersteuning voor de op voorhand al onwaarschijnlijke verklaring van verdachte is in het dossier dus niet aangetroffen.

Dit verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Voorts heeft de raadsvrouw bepleit dat er geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet bij verdachte op het schenden van het geheim.

De rechtbank stelt vast dat verdachte met deze informatie bekend was uit hoofde van zijn functie. Evident is dat deze informatie viel onder zijn ambtsgeheim en dat verdachte deze informatie niet met derden had mogen bespreken. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Gelet op het vorengaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 9 januari 2015 heeft schuldig gemaakt aan schending van zijn ambtsgeheim.

De raadsvrouw heeft zich op standpunt gesteld dat het verdachte vrij stond om deze informatie te verstrekken, waardoor vrijspraak moet volgen. De raadsvrouw vergelijkt het geven van dergelijke informatie met het geven van informatie aan iemand die aan de balie van het politiebureau komt vragen of er nog wat tegen hem of haar openstaat. Indien iemand om informatie vraagt wordt dit, over het algemeen, eerlijk gegeven, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank is van oordeel dat de door de raadsvrouw genoemde vorm van informatieverstrekking door de politie over openstaande boetes of vonnissen, van een andere orde is dan het melden aan een verdachte zelf, dat hij gesignaleerd staat. Het stond verdachte niet vrij dergelijke vertrouwelijke informatie uit een onderzoek, waar hij geen deel aan had, te delen met het object van dat onderzoek. Verdachte had dit, uit hoofde van zijn functie, ook kunnen en moeten weten. Het verweer wordt verworpen.

Beroep op psychische overmacht 

De raadsvrouw is van mening dat verdachte weliswaar wist dat hij de hier opgenomen informatie niet mocht delen, maar dat verdachte een beroep op psychische overmacht toekomt. Verdachte stelt zijn collega’s te hebben geholpen door zijn neef te bewegen om naar het politiebureau te komen voor een verhoor. Hij stelt dat hem daarbij te kennen was gegeven dat zijn neef slechts verhoord zou worden en niet in verzekering zou worden gesteld. Toen later bleek dat men wel voornemens was zijn neef in verzekering te stellen en vast te houden, moest verdachte kiezen tussen twee kwaden: of zijn neef op de hoogte stellen of niets doen, in welk geval zijn neef zou denken dat hij, verdachte, hem onder valse voorwendsels naar het bureau had gelokt. In dat laatste geval vreesde verdachte voor zijn eigen veiligheid. Ook de psychische toestand van verdachte was op dat moment niet stabiel. Er was sprake van een van buiten komende drang waaraan verdachte geen weerstand kon en hoefde te bieden. Verdachte dient ten aanzien van dit onderdeel te worden ontslagen van rechtsvervolging, aldus de raadsvrouw.

De rechtbank is van oordeel dat het gegeven dat de politie voornemens was de neef van verdachte in verzekering te stellen, voor verdachte geen plausibele reden kan zijn geweest om informatie, die verdachte uit hoofde van zijn functie bekend was, aan die neef door te geven. De omstandigheden, zoals door de raadsvrouw genoemd, kunnen weliswaar van invloed zijn geweest op de gemoedstoestand van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde, maar van een van buiten komende druk waaraan verdachte geen weerstand kon en hoefde te bieden is geen sprake. Verdachte heeft zelf de keuze gemaakt om een familielid te helpen en heeft daarmee zijn geheimhoudingsplicht geschonden. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Psychische problemen

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de man depressief is en lijdt aan een posttraumatische-stressstoornis (PTSS). De man is arbeidsongeschikt verklaard en krijgt de nodige hulpverlening. De kans op herhaling wordt ingeschat als laag. Gelet op het gegeven dat de man niet meer voor de politie werkt ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Financiële draagkracht

De rechtbank legt vanwege de financiële draagkracht van de man een iets lagere geldboete op dan de door de officier van justitie geëiste €2.000,-. De boete van €1.500,- mag hij in maandelijkse termijnen van €150,- betalen.

Lees hier de volledige uitspraak. 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF