Arubaanse strafzaak: Medeplegen verduistering in dienstbetrekking door ambtenaar met gelden bestemd voor uitiliteitsbedrijven en valsheid in geschrifte.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 24 maart 2016, ECLI:NL:OGEAA:2016:210

Verdachte, werkzaam als ambtenaar bij het Hulpbestuurskantoor in district in de functie van inningsconstroleur, heeft zich gedurende een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan ambtelijke verduistering ten aanzien van betalingen die door burgers werden gemaakt aan utiliteitsbedrijven. Verdachte heeft door haar frauduleus handelen ten onrechte ten minste Afl. 120.006,- verduisterd.

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de verdachte en haar medeverdachte er op verschillende momenten gedurende de ten laste gelegde pleegperiode er onder anderen door personeel van WEB, Elmar en Setar op zijn gewezen dat er in toenemende mate een discrepantie ontstond tussen de op het HBK district van klanten van deze bedrijven geïnde bedragen en de door HBK afgestorte bedragen. Naar het oordeel van het gerecht kan het niet anders dan dat verdachte en medeverdachte er beiden weet hadden dat het tekort aan afstortingen steeds groter werd en er tezamen, door de slepen en te schuiven met op andere dagen geïnde bedragen, hebben getracht dat tekort te verhullen. De verdachte heeft bovendien verklaard zulks in opdracht van medeverdachte te hebben gedaan. Een verklaring voor het ontstaan van het uiteindelijke bedrag van circa Afl. 120.000,= heeft de verdachte noch de medeverdachte gegeven, behalve dat zij elkaar als de daarvoor, buiten hun medeweten, verantwoordelijke persoon aanwijzen. In het licht van het vorenstaande – het gezamenlijke verhullen van het steeds groter wordende tekort – is ook die verklaring ongeloofwaardig. Daarbij is in aanmerking genomen dat het strafdossier geen enkele concrete aanwijzing biedt dat anderen dan verdachte en de medeverdachte voor de verdwijning van het geld verantwoordelijk zijn. Zij hebben in dit opzicht ook zelf geen andere verklaring voor de verdwijning van het geld gegeven.

Het vorenstaande leidt tot geen andere conclusie dan dat de verdachte en de medeverdachte zich in nauwe samenwerking schuldig hebben gemaakt aan de onttrekking van een geldbedrag van circa Afl. 120.000,= aan zijn bestemming dat zij als ambtenaar onder zich hadden.

Het gerecht acht voorts bewezen dat de verdachte in nauwe samenwerking met de medeverdachte, ten einde hun hiervoor omschreven handelen te verhullen, een aantal depositformulieren van een onjuiste datum hebben voorzien om te doen voorkomen alsof zij betrekking hadden op op andere data gestorte bedragen. Aan de verklaring van de verdachte dat dit allemaal vergissingen waren, hecht het gerecht, gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen, geen geloof.

Bewezenverklaring

  • Medeplegen van als ambtenaar opzettelijk geld dat hij in zijn bediening onder zich heeft, verduisteren, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 375 van het Wetboek van Strafrecht (oud).
  • Medeplegen van valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 230, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Strafoplegging

Het Gerecht veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF