Anti-corruptie: werk aan de winkel

Op vrijdag 9 december 2016 vond in het Mövenpick hotel te Amsterdam hét congres over (anti-)corruptie: “Anti-corruptie: Past, present, future” plaats, georganiseerd door de BijzonderStrafrecht.nl Academie in samenwerking met advocatenkantoren JahaeRaymakers en Jones Day.

Verdeeld over een viertal sessies stond dit congres in het teken van het verleden, de huidige stand van zaken en de te verwachten trends en ontwikkelingen op het gebied van (anti-)corruptie. Zo'n 70 deelnemers uit verschillende bloedgroepen waren aanwezig, waaronder beleidsmakers, toezichthouders, wetenschappers, advocaten en journalisten.
 

Past

In de eerste sessie stond het Nederlandse corruptieverleden centraal. In een korte geschiedenisles kwam naar voren dat Nederland over het algemeen wordt gezien als een redelijk corruptievrij land, hetgeen onder andere komt door een moderne democratie die zich al in een vrij vroeg stadium ontwikkelde. Dit heeft echter ook te maken met het probleem dat de Nederlandse samenleving in het verleden nooit erkende dat er corruptie plaatsvond. Dit lijkt, aldus Ronald Kroeze (Vrije Universiteit), nog steeds te gebeuren. Vasco van der Boon (Financieel Dagblad) bewees met een terugblik op verschillende corruptieschandalen dat er in Nederland weldegelijk sprake is van corruptie. Opvallend is volgens Van der Boon het steeds terugkerende verweer van verdachten, samen te vatten in de zinspreuk: “Een man een man, een woord een woord”. Het zelden vastleggen van geheime afspraken en het steeds gooien op een herenakkoord – het liefst in combinatie met een flink stel lelijke verwijten aan de het adres van de autoriteiten dan wel banken – hoort Van der Boon steeds terugkeren in de zittingszaal. Hij roept dan ook op tot meer creativiteit.

In een terugblik vanuit een meer juridisch oogpunt stelde Jurjan Geertsma (JahaeRaymakers Advocaten) vervolgens vast dat er niet duidelijk kan worden vastgesteld wat nu precies onder een omkopingsmiddel verstaan moet worden. De verschillende verdragen uit de jaren ‘90 bieden daar geen eenduidig antwoord op en ook de Nederlandse wet laat veel ruimte voor interpretatie. Ter illustratie van deze onduidelijkheid werd de zaal een aantal dilemma’s voorgelegd.  Is een schilderij dat de omgekochte foeilelijk vindt te kwalificeren als een gift van waarde? Is een bloemetje van 50 euro toelaatbaar? Nu bloemen in de zaak van Van Rey zelf deel uitmaakte van de tenlastelegging, lijkt ook hier een risico aan verbonden te zijn. Het belang van de context wordt hier benadrukt; het is afhankelijk van de intentie en de timing of een gift valt te kwalificeren als omkoping. Geertsma stelt dat het gezien deze onduidelijkheden wellicht tijd is voor helder(der)e regels. De voorzichtige conclusie lijkt te zijn dat men, gezien de risico’s, bij twijfel een goed gevulde goodiebag soms maar kan laten staan.
 

Present

Ook Eelke Sikkema (Universiteit Utrecht) benadrukte in de tweede sessie, welke in het teken stond van de trends in handhaving, dat de delictsomschrijving van omkoping een zeer breed bereik heeft. Aan de hand van het voorbeeld dat wanneer een docent aan de universiteit een fles wijn aanneemt na het begeleiden van een scriptie hij al strafbaar is. Dit zelfs als het gedrag van de docent niet meer beïnvloed kan worden (het cijfer is al gegeven). Hiermee wordt het brede bereik geïllustreerd. In de zaak van Van Rey werd, door de rechtbank, voor het eerst gesproken over de ‘voorkant’ en de ‘achterkant’ van corruptie. Moet het gaan om de beïnvloeding en de essentie aan de voorkant of is de tegenprestatie aan de achterkant belangrijker? Sikkema betoogt dat de kern van de strafbaarheid van corruptie juist afhankelijk moet zijn van de beïnvloeding van de ambtsuitoefening. In het strafrecht is er geen ruimte voor een grijs gebied, je bent immers strafbaar of je bent dat niet. En vanuit dat oogpunt meent hij: een beetje corrupt bestaat niet.

In de bespreking van de huidige stand van zaken kwam daarnaast het internationale component van corruptie uitgebreid aan bod. Goudriaan, Landelijk corruptie officier van justitie, besprak dat er veel gebeurt op internationaal niveau, waarbij sprake is van verschillende vormen van (succesvolle) samenwerking tussen staten. Belangrijk vraagpunt dat in dat verband telkens ter sprake komt is welk land rechtsmacht heeft, en in welk land het bewijs ligt. Een grote uitdaging bij de samenwerking is het rekening houden met elkaars rechtssysteem. Een punt van aandacht is nog de compensatie van het slachtoffer. Afpakken van het voordeel is een belangrijk onderdeel van de aanpak van corruptie, maar het is niet altijd even duidelijk wie schade door de corruptie heeft geleden en dus wie recht heeft op schadevergoeding. Moet er geld terug naar de buitenlandse overheid waar de corruptie heeft plaatsgevonden, of wordt corruptie daarmee juist bevordert? Is er eigenlijk wel (altijd) een slachtoffer als het om corruptie gaat?

Advocaat Willem Koops (NVVS Advocaten) legt de vinger op een andere zere plek als het gaat om (het gebrek aan) bescherming van klokkenluiders. Hij heeft in toenemende mate met clienten die naar voren willen treden en misstanden aan de kaak willen stellen. Het gaat dan vaak om clienten met zelf ook “vieze handen”. Dat naar voren treden wordt op dit moment echter op geen enkele manier aangemoedigd door het systeem. Voor klokkenluiders die zelf betrokken zijn geweest bij het plegen van starfbare feiten bestaat wettelijk gezien namelijk geen mogelijkheid op strafkorting. Koops pleit dan ook voor een kroongetuigeregeling voor dergelijke zaken.
 

Risico’s voor aansprakelijkheid

Tijdens de derde sessie, welke in het licht stond van de risico’s voor aansprakelijkheid in geval van corruptie, werd over de grens gekeken. Uit de presentatie van Gerrie Lenting en Brandon Collins (Deloitte) bleek dat toezichthouders in de V.S. zich steeds meer op natuurlijke personen richten. In het kader van de risico’s stelt directeur van Transparancy International Nederland, Anne Scheltema-Beduin, dat in de praktijk met name opgepast moet worden met tussenpersonen, in welke hoedanigheid dan ook. Aan de hand van praktische voorbeelden laat zij zien dat in geval er gewerkt wordt met tussenpersonen je er donder op kunt zeggen, dat er gedonder komt. Werken met tussenpersonen wordt dan ook de ‘roodste vlag’ worden genoemd. Compliance director bij SBM Offshore, Mirjam Bakker, gaf een kijkje in de keuken van de compliance afdeling. Zij betoogde dat een veelheid aan regels en de implementatie daarvan over het algemeen weinig effect hebben. Het gaat juist om vertrouwen en verbinding binnen een bedrijf te creëren, een daadwerkelijke ‘compliance-cultuur’. Opereren in risicogebieden is met de juiste cultuur binnen een bedrijf, en support van de Raad van bestuur om te committeren aan compliance, zeker niet onmogelijk.
 

Future

De sprekers van de laatste sessie wierpen een blik in de toekomst van de anti-corruptie. Na een blik vanuit toezichtsrechtelijke hoek, waarbij Guido Roth (Simmons & Simmons) aangaf dat een verdachte in het strafrecht misschien wel een gelijkere strijd levert met de autoriteiten dan boetelingen in het bestuursrecht, kwamen de opsporing en vervolging van gevallen van buitenlandse corruptie aan bod. Peter van Leusden gaf een kijkje in de keuken van de FIOD, dat inmiddels is uitgerust met een Anti Corruptie Centrum. Tijdens zijn bijdrage kwamen veelbesproken schikkingen aan bod. De FIOD gaat, als er mogelijk sprake is van corruptie, eerst zelf uitgebreid onderzoek doen. Pas indien er sprake is van een bewijsbare zaak ten aanzien van een rechtspersoon wordt er mogelijk nagedacht over de mogelijkheden tot een schikking. Er dient dan echter wel voldaan te zijn aan bepaalde randvoorwaarden.

Aldo Verbruggen (Jones Day) heeft nog wel wat aan te merken op de huidige inzet van schikkingen als afdoeningsmodaliteit. Er is sprake van een aantal ‘gaps in the law’. Zo is niet duidelijk wat de consequenties zijn als een onderneming zich niet aan de in een schikking gestelde voorwaarden houdt. Stort het OM het geld dan terug en gaat het alsnog vervolgen? Volgens Verbruggen is het de vraag of er überhaupt consequenties kunnen volgen. Daarnaast is er volgens Verbruggen aan de zijde van ondernemingen behoefte aan duidelijkheid over wat de autoriteiten hen te bieden hebben bij het verlenen van medewerking aan het opsporingsonderzoek. In welke gevallen ziet het OM geheel af van strafrechtelijke vervolging? Hoeveel korting kunnen bedrijven krijgen bij een eventueel op te leggen boete? Welke maatregelen moeten in een dergelijk geval genomen worden? De sentencing guidelines uit de Verenigde Staten zouden hiertoe als inspiratiebron kunnen dienen.

Het congres kenmerkte zich door een grote diversiteit aan invalshoeken van het veelomvattende fenomeen corruptie. Het is duidelijk dat inmiddels niet meer ontkent kan worden dat Nederland geen corruptievrij land is. Er zijn veel ontwikkelingen in de laatste decennia waar te nemen, maar de de praktijk laat zien dat de aanpak van corruptie nog niet volledig uitgekristalliseerd is. Het betreft een gebied dat nog aan constante verandering onderhevig is.
 

Presentaties 

Een groot deel van de sprekers heeft gebruikt gemaakt van een presentatie. Deze zullen in de loop van de aankomende week op de website worden gepubliceerd. 
 

Internationale Anti-Corruptiedag

De organisatie heeft er dit jaar bewust voor gekozen om het congres te laten plaatsvinden op 9 december. Op 31 oktober 2003 is door de Verenigde Naties deze datum als de Internationale Anti-Corruptiedag uitgeroepen. De Verenigde Naties heeft deze dag ingesteld om het bewustzijn over het bestaan van corruptie en de kennis over de rol van de UN Convention against Corruption (UNCAC) in het voorkomen en bestrijden daarvan te vergroten.

Volgende editie 

De derde editie van het Corruptie Congres zal plaatsvinden op vrijdag 1 december 2017. 

 

 

Door Josephine Hofstee & Marscha Braas

 

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF