Gevangenis- en werkstraf voor marktmeesters wegens aannemen steekpenningen

Zeven voormalige Amsterdamse marktmeesters zijn veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen. Zij krijgen daarvoor een combinatie van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee of drie maanden en een werkstraf van 120 of 180 uur.

De rechtbank acht bewezen dat de marktmeesters bijna tien jaar lang geldbedragen van twee tot twintig euro per keer van marktkooplieden hebben ontvangen en daarvoor gunsten hebben verleend of in het vooruitzicht gesteld. Als de marktkooplieden betaalden, hoefden zij minder voor hun marktplek te betalen of kregen zij een betere plek. Ook kwam het voor dat zij bij afwezigheid als ‘aanwezig’ werden genoteerd om hun plek niet te verliezen. De marktmeesters verdeelden de opbrengst (in totaal enkele tonnen) onderling op hun kantoor.

Integriteit

De rechtbank neemt de marktmeesters, ambtenaren van de gemeente Amsterdam, kwalijk dat zij het vertrouwen in een eerlijke gang van zaken op de markten hebben beschaamd. Integriteit van ambtenaren behoort tot de fundamenten van de rechtsstaat. Het belang van een onkreukbare overheid, ook wanneer deze zich op een zeer lokaal gebied als een markt manifesteert, is van groot belang voor het vertrouwen in deze overheid.

De marktmeesters hebben voor eigen gewin gehandeld en bovenop hun salaris veel geld ontvangen. Hoewel de gemeente signalen over misstanden niet oppakte, wisten de marktmeesters dat wat zij deden niet mocht, en zijn zij hiermee jarenlang doorgegaan. Zes van de zeven hebben geen inzicht in het laakbare karakter van hun handelen getoond.

Bij de straffen heeft de rechtbank in het voordeel van de marktmeesters ermee rekening gehouden dat zij zijn ontslagen. Verder heeft de behandeling van de zaak lang op zich laten wachten en hebben de marktmeesters veel aandacht van de media gekregen.

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF